Naar de hoofdinhoud

HomeKennisbankWordPress

WordPress

Landingspagina maken in WordPress

Een landingspagina maken in WordPress kan op drie manieren: met de blokeditor die je al hebt, met een pagebuilder of via een sjabloon van je thema. Hieronder staat per manier wat je moet doen, hoe je het menu weghaalt en hoe je voorkomt dat je pagina traag wordt.

Start je landingspagina

Wat je klaar moet hebben voor je begint

De grootste tijdwinst zit niet in WordPress maar in je voorbereiding. Zorg dat je de tekst, de foto’s en het doel van de pagina al hebt liggen. Bouwen met een half afgemaakte tekst betekent dat je drie keer opnieuw begint.

  • De tekst. Kop, aanbod, bewijs, bezwaren en de knoptekst, uitgeschreven in een document.
  • Het beeld. Eigen foto’s van je werk, geen stockbeelden van lachende mensen met een headset.
  • De blokvolgorde. Welk blok komt waar. Die volgorde staat in het landingspagina template.
  • Een formulier-plugin. Eén stuks, niet drie. Kies er een die je al gebruikt.
Schematische landingspagina met zes genummerde onderdelen 1 2 3 4 5 6
  1. 1KopWaar de pagina over gaat, in gewone taal.
  2. 2BelofteWat je krijgt en wat het je oplevert.
  3. 3BewijsErvaringen, logo's of voorbeelden van werk.
  4. 4AanbodWat er precies in zit en hoe het werkt.
  5. 5FormulierDe actie zelf, kort en zichtbaar.
  6. 6ContactTelefoon, mail en je bedrijfsgegevens.
De zes onderdelen van een landingspagina, van de kop bovenaan tot je contactgegevens onderaan.

Heb je dit nog niet, begin dan bij het volledige stappenplan om een landingspagina te maken. Daar staat welke keuzes je maakt voordat je een editor opent.

Manier 1: met de blokeditor, gratis

De blokeditor (ook wel Gutenberg) zit standaard in WordPress en kan meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Wie voor het eerst een landingspagina maakt in WordPress, kan hier prima mee uit de voeten: voor een eenvoudige leadpagina heb je niets anders nodig. Je werkt met een handjevol blokken: kop, alinea, knop, kolommen, groep en dekvlak.

Maak een nieuwe pagina, kies een leeg sjabloon en bouw van boven naar beneden. Zet elk paginablok in een groepsblok met een eigen achtergrondkleur, dan krijg je vanzelf de bandenstructuur die je op landingspagina’s ziet. Gebruik het kolommenblok voor je drie voordelen en het dekvlakblok voor de kop bovenaan.

Wat de blokeditor niet goed doet: fijne uitlijning, hoverstijlen en animaties. Wil je dat wel, dan kost dat losse CSS. Voor de meeste ondernemers weegt dat niet op tegen het voordeel dat je geen extra plugin nodig hebt en je pagina licht blijft.

Sla je pagina op als patroon

Ben je tevreden over de opbouw, sla het geheel dan op als patroon. Voor je volgende dienst of plaats plaats je het patroon in één klik en pas je alleen de tekst aan. Zo bouw je de tweede pagina in een uur in plaats van een dag.

Manier 2: met een pagebuilder

Een pagebuilder als Elementor, Bricks, Divi of Beaver Builder geeft je meer controle over vormgeving en werkt visueel. Je sleept blokken op hun plek en ziet meteen wat er gebeurt. Voor pagina’s die je vaak aanpast of waar het ontwerp echt uitmaakt, werkt dat prettiger dan de blokeditor.

De prijs betaal je in gewicht en afhankelijkheid. Een pagebuilder laadt extra stijlen en scripts mee, en je pagina’s zijn later lastig los te weken van die plugin. Kies er dus één en blijf daarbij; twee pagebuilders naast elkaar is de snelste manier om je site traag te maken.

Gebruik je een pagebuilder, zet dan drie dingen goed. Zet ongebruikte onderdelen uit in de instellingen, laad lettertypes vanaf je eigen server in plaats van extern, en gebruik het lege sjabloon van de builder zodat de header van je thema niet meelaadt.

Manier 3: via een themasjabloon

Veel thema’s hebben een kant-en-klaar sjabloon zonder menu en zonder footer. In de zijbalk van de pagina heet dat vaak "Sjabloon", met een keuze als Canvas, Blank of Volledige breedte. Kies je dat, dan krijg je een leeg vel waarop je zelf de opbouw zet.

Werk je met een moderner blokthema, dan kun je in de sjablooneditor een eigen sjabloon maken, bijvoorbeeld "Landingspagina", zonder koptekst en met alleen de inhoud. Dat sjabloon koppel je daarna aan elke landingspagina die je maakt. Voordeel: je regelt het één keer en alle volgende pagina’s erven het.

Van de drie manieren om een landingspagina te maken in WordPress is dit de snelste en de lichtste, maar je bent gebonden aan wat je thema aankan. Doet je thema het niet mee, dan is de blokeditor met een leeg sjabloon de veiligere route.

Stap voor stap een landingspagina maken in WordPress

Onderstaande stappen gelden voor alle drie de manieren. Werk ze in deze volgorde af, dan hoef je aan het eind alleen nog te controleren.

1. Nieuwe pagina

Pagina’s, Nieuwe pagina. Geef hem een korte titel en een url met je zoekwoord erin, bijvoorbeeld /tuinonderhoud-utrecht.

2. Sjabloon kiezen

Kies het lege sjabloon of je eigen landingspagina-sjabloon, zodat menu en footer wegblijven.

3. Tekst plaatsen

Plak eerst alle tekst als platte blokken. Nog niet stylen, alleen de volgorde goedzetten.

4. Vorm geven

Groepen, achtergrondkleuren, ruimte tussen de secties. Houd het rustig: twee kleuren en twee lettergroottes.

5. Formulier erin

Zo kort mogelijk, met een knoptekst die zegt wat er gebeurt. Test hem meteen zelf.

6. Mobiel nalopen

Bekijk de pagina op je eigen telefoon, niet alleen in de voorbeeldweergave van de editor.

7. Meting en bedankpagina

Stuur mensen na het versturen naar een aparte bedankpagina en tel die bezoeken.

8. Publiceren

Titel en omschrijving invullen, indexering aanzetten en de pagina in je advertentie of e-mail koppelen.

Menu en header verbergen op je landingspagina

Dit is het onderdeel waar het vaak op stukloopt. Elke link in je menu is een uitgang, dus die haal je weg. Er zijn drie manieren, van makkelijk naar technisch.

  • Leeg sjabloon kiezen. De snelste weg. Je thema of pagebuilder heeft bijna altijd een optie zonder header en footer.
  • Eigen sjabloon maken. In een blokthema maak je in de sjablooneditor een sjabloon zonder koptekstonderdeel en koppel je dat aan de pagina.
  • Met een regel CSS. Werkt het bovenstaande niet, dan verberg je de header op alleen die pagina via de paginaklasse in Extra CSS. Gebruik dit als laatste optie, want de header wordt dan nog wel geladen.

Laat wel je logo staan, liefst zonder link, en zet onderaan alleen je bedrijfsgegevens en de link naar je privacyverklaring. Dat is genoeg om vertrouwd over te komen zonder een uitgang te bieden.

Snelheid en plugins bewaken

WordPress is niet traag, maar wordt het als je er te veel bij zet. Op een landingspagina telt dat dubbel: bezoekers uit een advertentie zijn ongeduldiger dan bezoekers uit je nieuwsbrief, en ze zitten vaker op mobiel internet.

Waar het misgaatWat je doet
Te veel pluginsAlles wat je niet gebruikt verwijderen, niet alleen deactiveren
Zware foto’sVerklein tot de weergavegrootte en sla op als webp
Sliders en video’s in de kopVervang door één stilstaande foto of laat video pas laden na een klik
Externe lettertypesLaad ze vanaf je eigen server, dat scheelt een verbinding
Geen cachingZet één cache-plugin aan, niet twee
Chatvenster en trackersAlleen laten staan als ze echt iets opleveren

Google kijkt naar hoe snel de pagina bruikbaar is en hoeveel hij verspringt tijdens het laden. Wat die meetpunten precies inhouden, legt web.dev uit. Wil je het praktisch aanpakken, dan staan de concrete ingrepen in de laadsnelheid van je landingspagina.

Wanneer WordPress niet de beste keuze is

WordPress is prima als je al een site hebt en de pagina op je eigen domein wilt. In drie gevallen kies je beter iets anders.

Je hebt nog geen website en wilt binnen een dag testen of je aanbod aanslaat. Dan is een losse tool sneller. Je doet een campagne van drie weken en wilt daarna niets meer onderhouden. Ook dan is een losse pagina makkelijker. Of je wilt niet met updates, back-ups en beveiliging te maken hebben; die horen bij WordPress en kosten elke maand een beetje aandacht. In de vergelijking van landingspagina-tools zetten we de opties naast elkaar.

Wil je het wel op WordPress maar er zelf geen avonden aan besteden, dan kun je bij ons een landingspagina laten maken vanaf €109 per maand. Wij schrijven, ontwerpen, bouwen, hosten en meten, en leveren binnen 48 uur. Wat een pagina inhoudelijk goed maakt, lees je in de vijftien kenmerken van een goede landingspagina.

  1. Gesprek en intake 1

    Intake

    Je vertelt wat je aanbiedt en aan wie. Wij stellen de vragen.

  2. Tekst schrijven 2

    Tekst

    Wij schrijven de kop, de belofte en de rest van de pagina.

  3. Ontwerp en bouw 3

    Ontwerp en bouw

    De pagina wordt opgebouwd, getest op mobiel en op snelheid.

  4. Live 4

    Live

    De pagina staat online op je eigen domein en is meetbaar.

De vier stappen van je landingspagina: intake, tekst, ontwerp en bouw, en live.

Veelgestelde vragen

Maak een nieuwe pagina, kies een leeg sjabloon zonder menu en zet je tekst er van boven naar beneden in met de blokeditor of een pagebuilder. Voeg een kort formulier toe, controleer de pagina op je telefoon en zet de meting aan voor je publiceert.

Nee. Met de standaard blokeditor kom je een heel eind. Een formulier-plugin is meestal het enige dat je er echt bij nodig hebt. Een pagebuilder is handig als je veel wilt vormgeven, maar geen voorwaarde.

Kies bij de pagina-instellingen een leeg sjabloon, of maak in de sjablooneditor een eigen sjabloon zonder koptekst. Lukt dat niet, dan kun je de header voor alleen die pagina verbergen met een regel CSS op de paginaklasse.

De blokeditor is lichter en gratis, een pagebuilder geeft meer controle over de vormgeving. Pas je de pagina zelden aan en houd je het eenvoudig, kies dan de blokeditor. Wil je zelf blijven schuiven en fijn kunnen uitlijnen, dan is een pagebuilder prettiger.

Nee. Een landingspagina hoort bij een campagne of een zoekwoord, niet bij je navigatie. Laat hem uit het menu, dan blijft je menu overzichtelijk en houdt de pagina zijn eigen doel.

Ja, zoveel als je diensten of plaatsen hebt. Bouw de eerste goed, sla hem op als patroon of sjabloon en gebruik die opzet opnieuw. Zorg wel dat de tekst per pagina echt verschilt, anders concurreren ze in Google met elkaar.

Niet van de pagina zelf, wel van wat je erbij installeert. Een extra pagebuilder, een slider en drie trackers merk je direct. Houd het aantal plugins laag, verklein je afbeeldingen en gebruik één cache-plugin.

Dat kan, maar meestal is een pagina op je eigen domein beter. Je profiteert dan van het vertrouwen dat je domein al heeft en de pagina telt mee voor je vindbaarheid. Een apart domein is vooral logisch bij een losstaande campagne of merknaam.

Lees verder

Scroll to Top